dinsdag 17 december 2013

Verzoening? Akkoord? Welnee, nieuwe sancties tegen Iran

Vrijdag de 13de was vorige week een echte ongeluksdag want de onderhandelingen tussen de vaste leden van de VN Veiligheidsraad en Duitsland met Iran werden tijdelijk afgebroken als gevolg van het besluit van de VS om nieuwe sancties tegen Teheran in te stellen. Het doelwit lijk te zijn, verhinderen dat ondernemingen uit andere landen van de op handen zijnde ontspanning gebruik maken door nu al contracten met Iran af te sluiten. Een bedrijf als Shell, dat er voor gezorgd heeft een open lijn met Iran te houden, zal er dus voorlopig van af moeten zien door verdere toenadering tot Teheran haar belangen in de VS op het spel te zetten.

Commerciële overwegingen hebben voortdurend meegespeeld in de opstelling van verschillende Westerse landen tegenover Iran. Als er bv. gesproken wordt over de grens van 20 procent uraniumverrijking, dan lees je hier in de krant niet dat dat gaat over het feit dat Frankrijk een monopolie heeft op de markt voor isotopen voor medisch gebruik, waarvoor dat verrijkingsniveau vereist is. Als Iran 20 procent verrijkt kan het die isotopen ook leveren, maar veel goedkoper, net zoals India geneesmiddelen voor een fractie van de Westerse prijs levert. Dus was Frankrijk tegen het akkoord totdat Iran de eis dat het mocht verrijken tot 20 procent, liet vallen (ook omdat het zich als de nieuwe bondgenoot van Israël en Saoedi Arabië wil presenteren en wapens wil verkopen). En wij maar geloven dat het om atoomwapens gaat.

De economische concurrentiestrijd wordt begrijpelijk voor wie de achtergronden van de ‘verzoeningsgezinde’ nieuwe regering in Teheran beter bekijkt. Een opiniestuk in de Asia Times Online van Ismael Hossein-zadeh, een uit de regio afkomstige, emeritus hoogleraar in de VS, werpt hierop enig licht. Eerst schetst hij hoe vernederend het op 24 november gesloten akkoord voor Iran is. Belangrijke technologische doorbraken worden terzijde gelegd, de kerngeleerden in de kou gezet (nadat diverse collega’s door Westerse agenten zijn vermoord). En dat alles terwijl het land als ondertekenaar van het Non-Proliferatieverdrag recht heeft op vreedzame ontwikkeling van kernenergie; terwijl de mogendheden die Iran de les lezen, de VS voorop, zelf zwaar in overtreding zijn. Het NPT-verdrag schrijft voor dat zij al lang bezig moesten zijn, hun nucleaire arsenalen af te bouwen. In plaats daarvan zijn de VS en Engeland onafgebroken in de weer om nieuwe atoomwapens te ontwikkelen. Het zijn deze landen die nu een inspectie-regime van ongekende brutaliteit aan Iran hebben opgelegd. 

Het kleine deel van de bevroren buitenlandse tegoeden dat zal worden vrijgegeven (7 van bijna 100 miljard dollar), zal niet door Teheran worden beheerd, maar in een speciaal fonds worden gestald waaruit humanitaire importen naar Iran, de contributie aan de VN (!), en collegegelden voor Iraanse studenten die in het buitenland studeren, zullen worden betaald. En dan nu: nieuwe sancties. 

De vernedering van Iran is dus compleet, en je vraagt je af, hoe kunnen ze zoiets accepteren? Want deze week zijn ondanks de provocerende Amerikaanse stap, de onderhandelingen door Iran weer opgepakt. Zou Iran dan werkelijk instorten als het vasthield aan zijn rechten en de moordende boycot het hoofd zou bieden? Was het niet zo dat gedurende de oorlog met het Irak van Saddam Hoessein, van 1980 tot 1988, het land zich staande hield door een oorlogseconomie in te voeren en de bevolking te mobiliseren tegen de door het Westen gesteunde invasie? Niet alleen dat: er werden tijdens de oorlog grote stappen gezet in het opbouwen van een electriciteitsnet op het platteland, transport en scholenbouw, medische klinieken schoten uit de grond, en (eenvoudig) voedsel was goedkoop. Waarom niet nóg eens de rug gerecht en stand gehouden? 


Hier ligt nu juist het probleem. Degenen die zich in de oorlog in de jaren 80 aan het hoofd van de oorlogseconomie hadden geplaatst, zijn inmiddels rijke kapitalisten geworden, verenigd in de machtige Iraanse Kamer van Koophandel, Industrie, Mijn- en Landbouw (ICCIMA), aldus Hossein-zadeh. Zij zijn het die meer dan enige andere sociale kracht in de regering van president Rouhani vertegenwoordigd zijn. Na zijn verkiezing benoemde de president de in de VS opgeleide, neoliberale econoom Mohammad Nahavandian, voormalig hoofd van de ICCIMA en adviseur van ex-president Rafsanjani, de rijkste man van Iran, als zijn stafchef. (Eerder al signaleerde ik Rafsanjani’s terugkeer in een prominente rol naast Rouhani).

Het zijn de in de ICCIMA georganiseerde krachten, die zich in de loop der jaren hebben verrijkt door de publieke sector ondergeschikt te maken aan privé-zaken, die zich nu opmaken om economische betrekkingen aan te knopen met het buitenlandse kapitaal. Toen Rouhani in New York was voor de VN jaarvergadering, werd hij vergezeld door een door Nahavandian en ICCIMA samengestelde zakendelegatie die achter de schermen met Amerikaanse bedrijven onderhandelde over terugkeer naar Iran. Minister van buitenlandse zaken Zarif heeft in Genève eveneens de steun van zakenlieden die hetzelfde met de EU nastreven: herstel van economische banden en terugkeer naar Iran.

Iran heeft een bijzonder slechte overeenkomst geaccepteerd en Rouhani had in de verkiezingsstrijd misschien niet zijn voorganger Ahmadinejad de schuld van de sancties moeten geven, maar degenen die ze hebben ingesteld: de VS, Engeland en Frankrijk, met Israël op de achtergrond. Door zich te laten verkiezen op een programma van een nucleair akkoord, maakte hij zich tot gijzelaar van landen die het Midden-Oosten en Afghanistan in de chaos hebben gestort en in Syrië door de Russen uitgemanoeuvreerd zijn, Daardoor staat Iran zwak terwijl het in feite, als een van de weinige landen in de regio die zijn zaken op orde heeft, sterk zou moeten staan. 

Na alle mislukte pogingen om Iran van buitenaf te destabiliseren, van de oorlog van Irak tot handelsoorlog, computervirussen en moordaanslagen op Iraanse kerngeleerden, lijkt het er nu op dat het Westen erin slaagt een regimewisseling van binnenuit tot stand te brengen. De grote vrees in de Arabische Golfstaten en in het Westen was immers nooit ‘Iran’ als zodanig, maar de radikaal-democratische elementen in de politiek van dat land, die een lange geschiedenis hebben in het Shi’isme. Daarin schuilt het gevaar, dat nu mogelijk door de opkomst van een Iraanse kapitalistische klasse kan worden bezworen. Maar leg dat maar eens uit de Israël-lobby in de VS, het militair-industrieel complex, en senatoren van het kaliber McCain, die het verschil tussen Shia en Soenni niet eens weten. De nieuwe sancties zijn het bewijs dat deze krachten zich niet hebben neergelegd bij de ‘verzoening’. 

Kees van der Pijl


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen