dinsdag 20 december 2016

Bijsluiter Rutte komt op geen enkele manier aan bezwaren tegemoet

Vanavond zal de Tweede Kamer met premier Rutte debatteren over de zgn. "bijsluiter" (het "juridisch bindend besluit") bij het Associatieverdrag met Oekraïne dat de Nederlandse regering tijdens de Europese Top van 15 en 16 december jl. wist binnen te halen. Rutte meldde tijdens zijn persconferentie opgetogen dat hiermee “alle Nederlandse punten zijn geadresseerd”. Zo zou in de bijsluiter staan dat het Associatieverdrag “geen collectieve veiligheidsgarantie en geen defensiesamenwerking” zou omvatten.


Onder de noemer “Oorlog is geen Oplossing” heeft het Centrum voor Geopolitiek rond het referendum een inhoudelijke campagne tegen juist deze punten in het verdrag gevoerd en naar onze opvatting komt de bijsluiter in het geheel niet tegemoet aan de toen geuite zorgen en bezwaren. En dat geldt zowel de tekst als de context van de bijsluiter, zo lieten we de Tweede Kamer per brief weten.

Om met de tekst te beginnen. Op het genoemde punt luidt de volledige tekst van de bijsluiter: “De Overeenkomst bevestigt de samenwerking met Oekraïne op het gebied van veiligheid, met name inzake conflictpreventie, crisis­beheersing en niet-verspreiding van massavernietigingswapens. De tekst behelst geen verplichting voor de Unie of de lidstaten om collectieve veiligheidsgaranties of andere militaire steun of bijstand aan Oekraïne te verstrekken.”

In deze passage wordt dus eerst de verdragstekst bevestigd waarin in de artikelen 4 t/m 13 gesproken wordt over het doel van “geleidelijke convergentie op het vlak van buitenlands beleid en veiligheid, zodat Oekraïne nog meer wordt betrokken bij de Europese ruimte van veiligheid (…) met inbegrip van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid” en over de praktische invulling daarvan “in het bijzonder met het oog op versterkte deelname van Oekraïne aan civiele en militaire operaties inzake crisisbeheer onder leiding van de EU en aan oefeningen en opleidingen, ook die in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid.

In samenhang met deze voorafgaande bevestiging van de verdragtekst blijft inhoudelijk weinig over van de toevoeging dat “geen collectieve veiligheidsgaranties of andere militaire steun of bijstand aan Oekraïne wordt verstrekt”. De collectieve veiligheidsgarantie blijft een punt van interpretatie hoe ver de “betrokkenheid bij de Europese ruimte van veiligheid” reikt; voor het overige wordt in bijsluiter enkel de “andere” (dan in het verdrag genoemde!) militaire steun of bijstand uitgesloten. De formulering “geen defensiesamenwerking” van premier Rutte in zijn persverklaring is dus ronduit misleidend en de bijsluiter vormt in ieder geval geen tegemoetkoming.

Dan de context. De bijsluiter was tijdens de Europese Raad van vorige week één van de 27 besluiten die de Raad nam, waarvan er 6 gingen over “de versterking van de Europese veiligheid en defensie in een moeilijk geopolitiek klimaat”. Ook premier Rutte benadrukte dat de bijsluiter ervoor kan zorgen “dat Europa een verenigd front is en kan blijven tegenover de in toenemende mate destabiliserende buitenlandse politiek van Rusland.”

Deze context staat op gespannen voet met de constatering in het vorige maand verschenen “Nationaal Referendum Onderzoek 2016” dat de “spanningen met Rusland” het meest gedeelde tegenargument vormen bij het referendum. Van de respondenten gaf volgens de onderzoekers 46,2% aan te geloven dat het Associatieverdrag de spanningen met Rusland verhoogt. Dit argument werd volgens hen ook gedeeld door veel kiezers die uiteindelijk toch “ja” stemden. Het was volgens de onderzoekers het meest overtuigende (zij het niet doorslaggevende) argument dat door “het nee-kamp” werd gehanteerd.

Dit signaal, dat bijna de helft van de deelnemers aan het Nationaal Referendum Onderzoek, zowel “ja”- als “nee”-stemmers, duidelijk maakten dat zij de spanningen met Rusland niet verder willen laten oplopen, wordt volkomen genegeerd in de door de Nederlandse regering en de Europese Raad genomen maatregelen die de spanningen alleen maar verder laten oplopen.

Een escalatie die bestaat uit het over en weer reageren op de laatste stap die de ander zojuist heeft gezet. Het systematisch onbenoemd laten van de reden van die andere partij om die laatste stap te zetten (zoals de premier afgelopen vrijdag deed door wel de stationering van Russische kruisraketten in de exclave Kaliningrad te noemen maar niet het daaraan voorafgaande NAVO-besluit tot plaatsing van anti-raketsystemen in Roemenië en Polen) houdt deze escalatie in stand. En dit wringt temeer omdat juist het Associatieverdrag een belangrijke eerste stap in dit escalatieproces vormde. Ook zonder veiligheidsgaranties zijn de EU-lidstaten samen met Oekraïne door het Associatieverdrag een (nieuwe koude) oorlog met Rusland in gerommeld.

Tekst noch context van de bijsluiter komen dus tegemoet aan de bezwaren die niet alleen bij de “nee”- maar ook, zo blijkt uit het aangehaalde onderzoek, ook onder de “ja”-stemmers leven en kunnen dus geen reden vormen voor het parlement om ondanks de referendumuitslag het Associatieverdrag te ratificeren.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen