vrijdag 16 januari 2015

Politiek als theater. Nog een keer ‘Je suis Charlie’


Het heeft even geduurd maar ik ben over de eerste schrik heen: ik ben niet de enige die twijfelt aan de officiële lezing inzake de aanslag op Charlie Hebdo en het al even gruwelijke toetje uit de kosjere supermarkt. Daders allemaal doodgeschoten. Als het gaat om wat hun motieven en wie hun opdrachtgevers waren, zal hun stem nooit meer gehoord kunnen worden. Ja, uit Jemen kwam nog wel het bericht dat al-Qaeda de aanslagen opeiste, maar dat duurde even, nadat het al eerder door de Franse pers was ‘vastgesteld’.
In de media werden onze regeerders gepresenteerd alsof ze aan het hoofd van een grote demonstratie liepen. Maar zoals uit onderstaande, van grotere hoogte genomen foto blijkt, deden ze gewoon alsóf, compleet met vastberaden gelaatsuitdrukking.


Politiek is theater. Dat wisten Nietzsche, Mosca, en andere denkers die zich op het eind van de 19de eeuw bogen over de vraag hoe machthebbers, d.w.z. de economisch en politiek heersende klasse die per definitie een minderheid is, in een massamaatschappij toch aan de macht kan blijven. Hoe? Je moet een pakkende voorstelling organiseren, met thema’s die de harten sneller doen kloppen (ik vat even samen). Vandaag de dag betekent dat, oorlog en geweld zolang als het duurt, alles om de crisis van milieu en maatschappij die wordt veroorzaakt door een niet meer functionerende economie, uit beeld te houden. 


Van de media hebben de theatermakers weinig te duchten, integendeel. Het Parool onderscheidt zich de laatste tijd door af en toe een tipje van de sluier op te lichten: zo was Netanyahu aanvankelijk accoord om weg te blijven, maar toen hij hoorde dat zijn nog rechtsere rivalen in de aanstaande Israëlische verkiezingen wel naar Parijs kwamen, verscheen hij alsnog (dit in aanvulling op mijn eerdere blog), en hij wist zich met hulp van enkele uit de kluiten gewassen lijfwachten ook nog naar de voorste rij te dringen. Zijn theatervoorstelling is immers de eerste die op de rol staat. Is het dan zo dat de wereld niet alleen het strijdtoneel wordt van het Israëlische scenario van een Oorlog tegen de Terreur, maar ook van de verkiezingscampagnes in dat land?

De andere kranten en vooral radio en tv natuurlijk zijn allemaal in het gelid gesprongen. De Islam komt eraan, nu niet meer praten maar schouder aan schouder, het is oorlog! Onze Patriots staan nu al weer twee jaar in Turkije, Nederlandse militairen zijn inmiddels in Irak om te helpen met de strijd tegen ‘ISIL’, enz. enz.

Het is meer dan urgent dat we zicht krijgen op de functie van modern terrorisme in het politieke theater. Laat niemand denken dat het alleen aan de nazis was voorbehouden om de brand in de Rijksdag in 1933 op het conto van de communisten te schrijven. In Italië in de jaren 70 werden reeksen soms zeer ernstige bomaanslagen gepleegd die werden toeschreven aan de Rode Brigades en andere ultra-linkse groepen. De bedoeling was de Italiaanse politiek naar rechts te duwen en de opmars van de communistische partij PCI te stuiten door ‘links’ in verband te brengen met chaos. Bij het proces van V.Vinciguerra, een vooraanstaande ‘fixer’ uit de neo-fascistische Ordine Nuovo kwam echter niet alleen vast te staan dat diverse van deze aanslagen door ON waren gepleegd maar Vinciguerra klaagde ook dat hij met de organisatie niets meer te maken wilde hebben omdat die inmiddels was omgebouwd tot een geheime tak van het staatsapparaat.

Om te begrijpen wat hier speelt zijn dit soort onthullingen onmisbaar, maar niet genoeg. We moeten ook zien dat als een economische crisis een politieke crisis wordt, er een dusdanige herschikking van sociale krachten en klassen nodig is dat dit zonder geweld nooit zal lukken. Dat gold voor 1933 in Duitsland en het gold voor de jaren zeventig in Italië en elders. In 1976 maakte het Amerikaanse blad The Village Voice de tekst openbaar van het Pike-rapport aan het Huis van Afgevaardigden, dat de rol van de CIA in de jaren 60 en 70 moest onderzoeken. Het Huis zelf had besloten dit rapport niet openbaar te maken. Een van de conclusies was dat het ‘de buitenlandse politiek van de VS ontbrak aan een stootrichting voor de lange-termijn en dat de regering vaak haar toevlucht zocht tot undercover activiteiten van de CIA als een oplossing voor de korte termijn van problemen die toch echt om remedies voor de lange termijn vroegen’.

Na de hap-snap operaties van de jaren 70 kwam in het daarop volgende decennium, onder Thatcher en Reagan, een nieuwe kapitalistische orde op, waarin de macht van de arbeid sterk teruggedrongen werd, de financiële wereld de boventoon voerde, en een nieuwe wapenwedloop en schuldencrisis de plaats innamen van ontspanning en de (vage) plannen voor een Nieuwe Internationale Economische Orde.

Dit nieuwe kapitalisme is na grote successen, zoals de instorting van het staatssocialisme, inmiddels geheel aan de grond gelopen. Opnieuw bevindt de wereld zich in de greep van een zware crisis die het vermogen van de politieke klasse om de macht over het stuur te bewaren, zwaar op de proef zal stellen. Er is veel veranderd sinds de jaren 30 en de jaren 70, maar opnieuw zal politiek theater voor een bang gemaakt publiek, met oorlog tegen vaak zelf gemaakte vijanden, en de nodige knaleffecten, ervoor moeten zorgen dat iedereen in de pas blijft lopen.

Ook dat is een aspect van de aanslagen in Parijs.

Kees van der Pijl

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen