dinsdag 12 januari 2016

Charlie Hebdo een jaar verder


Afgelopen week vonden er uitgebreide herdenkingen plaats in Parijs vanwege het jubileum van de aanslag op het satirische weekblad Charlie en de gijzeling met dodelijke afloop in een joodse supermarkt, Hyper-Kacher.
Direct na deze gebeurtenissen en nog tijdens de grootste demonstraties uit de Franse geschiedenis onder de slogan Je suis Charlie, heb ik mijn twijfels geuit over de vraag of wat ons verteld werd over het gebeurde, wel het hele verhaal was.
En als ik ernaast zou hebben gezeten, zou ik zonder probleem de fout erkennen.


Helaas wordt mijn wantrouwen door wat er sindsdien naar boven is gekomen, alleen maar bevestigd.


Helaas. Maar er is geen alternatief dan deze zaken te onderzoeken omdat ons politieke stelsel met grote voortvarendheid aan het veranderen is in autoritaire richting—zogenaamd om onze ‘vrijheid’ te beschermen. Dus nogmaals.

Allereerst over Charlie Hebdo zelf. In zijn huidige vorm dateert het blad van 1991 en vooral na 2000 werd het onder de nieuwe directeur, Philippe Val, onderdeel van de kring van de toekomstige president Sarkozy. Hoewel het voortging met het op de meest schokkende manier bespotten van de Islam (en het Christendom), werden het jodendom en Israël steeds meer gespaard. Jeannette Bougrab, die onder Sarkozy staatssecretaris was, beweerde later de vriendin te zijn geweest van de vermoorde tekenaar Charb; er is een hardnekkig gerucht dat zij heeft geholpen om het blad financieel boven water te houden. Val werd intussen door Sarkozy benoemd als hoofd van het grote publieke radiostation France-Inter. In 2008 werd daarentegen de tekenaar Siné ontslagen nadat hij de draak had gestoken met het besluit van de zoon van de president, Jean Sarkozy, om zich tot het orthodoxe joodse geloof te bekeren. Het onderschrift bij de tekening was ‘Deze jongen zal het in Frankrijk nog ver brengen’, een verwijzing naar de voordelen van joodse relaties in de Franse maatschappij. Maar voor de Charlie-leiding was dit antisemitisme. Het feit dat het bankroete blad een maand voor de aanval overgenomen werd door Eduard de Rothschild, telg van de beroemde bankiersdynastie, past in het patroon. Maar dat de oplage van Charlie na de aanvallen omoog schoot van 60.000 naar 7 miljoen, een record in de Franse pers, wist zelfs een Rothschild natuurlijk niet van tevoren.

Waar het om gaat is 1) de fundamentele verschuiving die de Franse staat de autoritaire kant opstuurt; alleen zo kan de zich verdiepende crisis in de hand gehouden worden. En 2) de Oorlog tegen de Terreur vormt daarbij het internationale kader.

In dit opzicht is er sprake van een belangrijke overeenkomst tussen een terreuraanslag in 2012 en het drama vam Charlie Hebdo. In maart 2012 werden drie mannen van Noordafrikaanse herkomst, leden van een regiment parachutisten, doodgeschoten in Toulouse en Montauban in het zuiden van Frankrijk. De achtergrond hiervan waren ernstige etnische spanningen in het regiment; de mogelijke dader kan afkomstig zijn geweest uit een neo-nazi-kern in de betreffende eenheid. Er volgde echter direct een tweede, nog ernstiger incident, ook in Toulouse: een dodelijke aanslag op een orthodoxe joodse school. Sarkozy, die midden in een moeizame campagne voor zijn herverkiezing zat, introduceerde een maand later verregaande wetgeving in de geest van de Amerikaanse Patriot-wet. Hij had de winder echter niet meer mee, het parlement verwierp de wet en Hollande won de verkiezingen.

De echte verrassing was evenwel dat voor de aanslagen in Toulouse and Montauban één en dezelfde dader tevoorschijn was getoverd, en wel de als islamist bekend staande Mohamed Merah. Eind maart werd hij in een circus-achtig beleg door de politie doodgeschoten.

Waarom Merah drie Noordafrikaanse parachutisten zou doodschieten kon dus niet meer worden beantwoord; het publiek bleef achter met het idee van een moslim-terreurgolf met joodse kinderen als meest schokkende slachtoffers..

Nu terug naar Charlie Hebdo. Ook hier viel de wraakoefening tegen het blad samen met een anti-semitische terreurdaad, de gijzeling door Amedy Coulibaly in de Hyper-Kacher. Ook hier weer kreeg de hele zaak daardoor het karakter van een islamitische terreuraanval met joden prominent onder de slachtoffers. Wéér werden alle daders geëxecuteerd en alle merkwaardigheden en inconsistenties ten spijt was er niemand om te worden verhoord om meer details aan de weet te komen. De broers Kouachi lieten hun identiteitskaart resp. rijbewijs achter in de vluchtauto en een politieman; Helric Frédou, die de opdracht om het onderzoek naar de connectie tussen Charb en Jeannette Bougrab te staken, negeerde, pleegde zogenaamd zelfmoord terwijl hij aan zijn rapport zat te werken.

Er is nog meer dat aandacht verdient. Zo had de eigenaar van Hyper-Kacher, Michel Emsalem, één dag voor de gijzeling de winkel verkocht, om vervolgens, na de gebeurtenissen, naar New York te verhuizen.

De slachtoffers werden in Israël begraven, net als die van de aanslag op de joodse school in Toulouse twee jaar eerder. Bij beide gelegenheden riep Netanyahu Franse joden op om naar Israël te emigreren.

Nu is Netanyahu ook de architect van het idee van een Oorlog tegen de Terreur, zoals te lezen is in de bundel Terrorism. How the West Can Win, de bijdragen van een conferentie in Washington over dit thema in 1984. In een interview voor de Franse tv op 7 augustus 2014 waarschuwde hij tegen erkenning van Palestina: ‘Dit is niet de strijd van Israël. Het is jullie strijd, het is de strijd van Frankrijk. Als ze hier succes hebben, als Israël wordt bekritiseerd in plaats van de terroristen, als we niet solidair naast elkaar staan, zal de pest van het terrorisme naar jullie land komen.’

Desalniettemin erkende het Franse parlement het recht van Palestina om als afzonderlijke staat te bestaan—twee weken voor de Charlie-aanslag. Was het een waarschuwing van Netanyahu geweest, of een dreigement dat op 7 januari werd uitgevoerd?

Ditmaal werd de noodtoestand en de anti-terreurwetgeving overigens zonder serieuze tegenstand door het Franse parlement gejaagd, en een terug is moeilijk voorstelbaar.

Kees van der Pijl

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen