donderdag 7 april 2016

De betekenis van het NEE

Het referendum van 6 april is met een klinkende overwinning van het Nee-kamp bekroond. Dat dit nu wordt gekleineerd onder verwijzing naar de geringe opkomst zou je bijna doen vergeten dat er op alle mogelijke manieren is geprobeerd het referendum als middel te kleineren. Wie dan bedenkt dat alle gevestigde partijen, van VVD tot GroenLinks, met de media trouw aan hun zijde, zich consequent voor een Ja hebben ingezet, zal begrijpen dat een tweederde meerderheid voor het Nee van grote betekenis is.


De inzet van Oorlog Is Geen Oplossing NL en het Centrum voor Geopolitiek voor een afwijzing van het EU-Associatieaccoord is er vanaf het begin op gericht geweest de kwaliteit van een Nee te verbeteren. 


Er was immers grote aarzeling vanwege het gehalte van Burgercomité en GeenStijl/Geen Peil, alsook de schaduw van Wilders die over dit referendum viel. Zijn vreemdelingenhaat en provinciaal Nederlanderschap is in veel opzichten verwant aan het Oekraïense ultranationalisme en de fascistische knokploegen waarvan de oligarchen daar zich bedienen om hun macht met geweld veilig te stellen en het verzet van de bevolking te kanaliseren in haat tussen de verschillende bevolkingsgroepen.

Vandaar dat O≠O het referendum inging onder het aanroepen van het oorlogsgevaar dat voortvloeit uit de politieke artikelen van het verdrag. Daarin wordt Oekraïne ingepast in de Westerse buitenlandse politiek en defensie, die tegen Rusland zijn gericht en bedoeld zijn om van alle niet-Russische republieken die bij de instorting van de Sovjet-Unie zijn gevormd, vooruitgeschoven posten van de NAVO en economische wingewesten van de EU te maken.

In die opstelling komen verzet tegen het opdringen van de NAVO en tegen de rücksichtlose uitbreiding van de EU bij elkaar. Dat is iets anders dan bekrompen anti-‘Brussel’-sentiment, al mag inmiddels wel toegegeven worden dat er terechte weerzin bestaat tegen een EU die de drijvende kracht is achter de neoliberale kaalslag die in geen enkel afzonderlijk EU-land door te zetten zou zijn, zoals we nu in Frankrijk zien. Het afwurgen van de Griekse en nu ook de Portugese democratie door die EU, het eerst naar Europa uitnodigen van de slachtoffers van de oorlogen die het Westen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika heeft ontketend, om ze vervolgens, als dit tot problemen leidt, terug te gaan deporteren, dat alles maakt dat het geen schande meer is om te zeggen, déze EU, dat hoeft voor mij niet meer.

In de diverse openbare bijeenkomsten die na onze start in De Balie in Amsterdam op 20 maart plaatsvonden zijn de scheidslijnen en overeenkomsten met andere, meestal sterkere onderdelen van het Nee-front een stuk duidelijker geworden. Op 20 maart hadden we als sprekers Nicolai Petro van de Universiteit van Rhode Island in de VS, Richard Sakwa van de Universiteit van Kent, het Bondsdaglid Andrej Hunko van Die Linke, en uit Nederland, Tiny Kox van de SP en journalist Stan van Houcke. Hun inspirerende lezingen staan op onze website. Sakwa, schrijver van Frontline Ukraine, was al naar Nederland gehaald door het Forum voor Demokratie van Thierry Baudet, die zelf ook in De Balie aanwezig was en die eraan hecht zichzelf als ‘rechts’ te presenteren.
Maar in de lokale bijeenkomsten, m.n. die in Utrecht en Amersfoort, kon ik vaststellen dat de door Baudet aangevoerde stroming niet zomaar in één hoek is weg te zetten. Immers, wat zich in deze campagne heeft afgetekend is het op het toneel verschijnen van een politieke onderstroom van mensen die niet meer door de media willen worden voorgelogen over de duivselse streken van ‘Poetin’, of door de gevestigde politiek met een kluitje in het riet willen worden gestuurd als zou het EU-Associatieverdrag alleen over ‘handel’ gaan. In zijn TV-debat met de opgeblazen Rob Riemen wist Baudet dit ook bekwaam te verwoorden. En de stroming die hij vertegenwoordigt is ook beslist niet over de hele breedte ‘rechts’ in de zin van bv. de gedachte dat Nederland door de grenzen te sluiten, de menselijke gevolgen van oorlog en armoede in de wereld buiten de deur kan houden.

Integendeel, er zijn legio aangrijpingspunten om mensen mee te krijgen in de gedachte dat oorlog en armoede zèlf moeten worden aangepakt, en dat daartoe de macht van NAVO en EU dringend moet wordt ingeperkt. Daarbij mag de humaniteit niet verloren gaan, omdat daarop alle betrokkenheid bij deze misstanden uiteindelijk teruggaat. Nog afgezien van het feit dat een Forum voor Demokratie zich toch moeilijk solidair kan verklaren met een PVV die om haar racistische and autoritaire leider niet bloot te stellen aan interne kritiek, niet eens een partij met leden is.

In het laatste debat waaraan ik mocht deelnemen, dat in de Aula van de TU Delft op maandagavond 4 april, werd vanuit de zaal een verklaring afgelegd, vanwege de emotie deels in ’t Russisch, door Dr Sergey Markhel. Hij was zelf zoals ik later hoorde,. getuige van de massamoord in Odessa in mei 2014, een misdaad waarvan we inmiddels weten dat die gepland was. Tien dagen voor het drama was in Kiev een voorbereidingsbijeenkomst met coup-president Toertsjinov, minister van binnenlandse zaken Avakov, en de neo-nazi Andriy Paroebiy, secretaris van de Nationale Veiligheids- en Defensieraad en vandaag de dag nog steeds vice-voorzitter van het parlement in Kiev. Avakov kwam met het idee om voetbal-hooligans in te zetten, en Paroebiy zou voor kogelvrije vesten zorgen. De oligarch Kolomoisky was eveneens geraadpleegd (hij woont in Genève) en stelde zijn Dnipro-1 bataljon ter beschikking van de operatie; tevens loofde hij een premie uit van $5000 voor iedere ‘pro-Russische separatist’ die gedood zou worden.

De uitkomst is bekend. Maar tijdens het debat in Delft verklaarde de woordvoerster van de PvdA dat ze bij haar parlementaire bezoek aan Odessa toch echt wel iets gehoord zou hebben als er zo’n voorval werkelijk had plaatsgevonden.

Na afloop kreeg ik van Dr Markhel een boekje met een uitgebreide reportage van de moordpartij in Odessa, geïllustreerd met door hemzelf gemaakte foto’s van het brandende vakbondsgebouw waarin rond de 50 mensen omkwamen. Ik denk dat het niet misplaatst is om ons Nederlandse Nee op te dragen aan de slachtoffers die daar en elders in de burgeroorlog, beginnend met de schietpartijen op het Maidanplein in februari 2014, zijn gevallen.

Dat was in ieder geval mijn motivatie om me tot het uiterste in te spannen dit schandalige en provocatieve verdrag te laten afwijzen.

Kees van der Pijl

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen