zondag 8 juni 2014

Kiev en Moskou weer in gesprek—maar heeft de NAVO daar belang bij?


Bij de herdenking van 70 jaar landingen in Normandië waren zowel de Oekraïense president Porosjenko als zijn Russische collega Poetin aanwezig. Gegeven het aandeel van Russen, Oekraïners, enz. in de strijd met de Nazilegers (met verliezen voor de Sovjet-Unie geschat op totaal 20 miljoen mensenlevens), kon de uitnodiging aan Poetin niet ingetrokken worden.


Rusland had tot nu toe geweigerd te praten met de coup-regering in Kiev, maar nu er een gekozen president is, wil men snel met hem aan tafel—bovendien is hij een goede bekende. Het belangrijkste onderwerp voor het (korte) gesprek tussen de twee leiders was de voortgaande strijd in het oosten van Oekraïne. Die strijd is volgens berichten van beide kanten harder en professioneler geworden, maar op zondag 8 juni zijn in Kiev onderhandelingen begonnen over een staakt het vuren tussen Porosjenko en een afgezant van Poetin. 


Porosjenko wil de Oekraïne richting NAVO en EU sturen; dit lijkt vooral een poging, de kapitalistische ontwikkeling in het land verder te verankeren en een sterkere onderhandelingspositie met Moskou te krijgen. Oekraïne is immers vergeleken met de andere voormalige staatssocialistische landen een fiasco—in 1991 had het nog een inkomen per hoofd gelijk aan dat in Polen en Rusland; inmiddels is dat in de twee laatstgenoemde landen drie maal zo hoog. De royale subsidies op energie (volgens Oekraïne-kenner Hans van Zon 7.5 procent van het Bruto Nationaal Produkt) maken dat er een ongekende verkwisting plaatsvindt en ondanks de vriendenprijs (inmiddels vervangen door marktprijzen na aansluiting van de Krim bij Rusland) is de uitstaande gasrekening van Oekraïne opgelopen tot zo’n $4 miljard. Gazprom blijft echter de datum van afsluiting maar opschuiven (nu naar 10 juni), omdat als zij afsluiten, Oekraïne ook de doorvoer naar Europa stopzet. Dat is niet in het belang van Rusland, dat al zware economische schade heeft opgelopen.

Het Westen zou het natuurlijk het mooist vinden als de onderhandelingen ertoe leiden dat Moskou na betaling van de achterstallige rekening weer laaggeprijsd gas aan Oekraïne gaat leveren, zodat de belastingbetaler in Rusland de aansluiting van dat land bij het Westen subsidieert.

De economische banden tussen Rusland en Oekraïne zijn echter niet beperkt tot gasdoorvoer en –leverantie. Rusland importeert uit Oekraïne rollend materieel voor de spoorwegen, machines, pijpleidingen en allerlei metalen; en aan de andere kant, een heel scala aan landbouwprodukten. De afhankelijkheid van de Russische markt is zeer ongelijk: meer dan een kwart van de buitenlandse handel van Oekraïne is met Rusland, terwijl voor Rusland de Oekraïense markt maar 5.5 procent van de totale buitenlandse handel is. Ook verschilt de afhankelijkheid per sector. Bijna de integrale vleesexport en driekwart van de melkuitvoer van Oekraïne gaat naar Rusland en de machinebouw en electromachinebouw nog altijd voor ongeveer de helft op de Russische markt aangewezen, ook doordat de kwaliteit zodanig is dat men daarmee niet in de EU terecht kan. Een associatieaccoord met de EU zou het einde van de Oekraïense landbouw en een zware slag voor de machinebouw hebben betekend en daarom zette Janoekowitsj uiteindelijk zijn handtekening niet.

Maar terwijl voor de EU de economische motieven om Oekraïne aan zich te binden de doorslag geven, is voor de VS en de NAVO de militaire positie tegenover Rusland de belangrijkste overweging. En hier speelt nog een hele andere economische relatie tussen Oekraïne en Rusland doorheen, nl. de wapenindustrie.

Volgens Gregory Moore in Asia Times online van 27 mei jl. is het militair-industriële complex van Oekaïne voor Rusland onmisbaar, en een van de redenen voor Moskou om met alle middelen te proberen regio aan zich te binden en de economische betrekkingen in stand te houden (omgekeerd is dan natuurlijk voor de VS en de NAVO van belang, deze banden te verbreken).

De AN225, het grootste transportvliegtuig ter wereld en de trots van de Russische luchtmacht, wordt samen met een reeks andere toestellen (o.a. de twee presidentiële vliegtuigen van Poetin) geproduceerd door de Antonov-fabrieken bij Kiev, waar ook straalmotoren worden gemaakt die naar Rusland worden geëxporteerd.

Daarnaast worden bij Motor-Sich in Zaporozje in oost-Oekraïne motoren voor vliegtuigen en helicopters gemaakt, o.a. voor de Russiche YAK 160 straaljager. Zonder deze motoren zal het vrijwel onmogelijk zijn, het Russische voornemen om 1000 aanvalshelicopters aan het eigen arsenaal toe te voegen, uit te voeren.

Oekraïne is ook de producent van de raketten die ooit het ruimtevaartprogramma van de Sovjet-Unie mogelijk maakten, en nog altijd een van de weinige landen in de wereld met een hoogontwikkelde raketindustrie. Deze industrie is geconcentreerd in de zuidoostelijke stad Dnepropetrovsk, naast Donetsk de belangrijkste industriële kern van het land. Rusland’s belangrijkste intercontinentale raket, de SS-18, is hier geproduceerd en het onderhoud wordt nog altijd vanuit Dnepropetrovsk verzorgd.

Daarnaast is de marine afhankelijk van Oekraïne: van de 54 geplande nieuwe Russische oorlogsschepen hebben er 32 een motor die uit Oekraïne komt. Tenslotte zijn er de tankfabrieken in Kharkov, waar ooit de T34, T54, en T64 werden gebouwd en nu de T80 en de T84, en zo gaat het nog even door.

Als Rusland deze aanvoerlijn zou kwijtraken, aldus Moore, zal het op korte termijn voor deze en een reeks andere militaire benodigdheden vervangende productie moeten vinden. Maar als de NAVO hier toegang krijgt, zal ook heel veel bekend worden over sterke en zwakke kanten van de bestaande militaire capaciteit van Rusland.

Eerder dit jaar werd door de coupregering in Kiev de defensie-export naar Rusland stopgezet als represaille voor de aansluiting van de Krim, maar de onderhandelingen zullen er deels op gericht zijn, deze weer op gang te krijgen—in ruil voor goedkoop gas?

Er is nog een andere kant aan de zaak en dat is dat Rusland en Oekraïne concurrenten zijn in de wapenexport aan derde landen. Als het voormalig Roergebied van de USSR, erfde de Donbass in oost-Oekraïne een uit zijn krachten gegroeide defensie-industrie en werd naar derde markten gezocht. Met goedkope tanks en ander wapentuig heeft Oekraïne afzet gevonden in Azië, het Midden Oosten en Afrika, waar het concurreert met Russische wapenexporteurs. Dit zullen over het algemeen niet dezelfde producenten zijn als de leveranciers van motoren e.d. voor de Russsiche defensie.

Hoe dan ook moeten we hopen dat om te beginnen een eind komt aan de gevechten in het oosten van Oekraïne en voor de bevolking daar de rust weerkeert—zoniet dan moet gevreesd worden voor een nog veel groter bloedbad. Wie daarbij garen zal spinnen, laat zich raden.

Kees van der Pijl

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen