vrijdag 23 augustus 2013

Het appèl van de Syrische burgerslachtoffers

De beelden van de gifgasslachtoffers in Damascus vervullen de een, soms letterlijk, met ongeloof, de ander met afgrijzen en weer een ander met intens verdriet (zoals Maarten Zeegers in de Volkskrant van 23 augustus). Het zouden beelden kunnen zijn die net zo iconisch zijn als de beelden die eerder de wereld overgingen van het Vietnamese napalmmeisje (ook gifgas), van de uitgemergelde lichamen achter Bosnisch prikkeldraad, van de ontzielde lichamen van Amerikaanse militairen die door de straten van Mogadishu werden gesleept of van de van een puntachtige cape en een stel elektriciteitsdraden voorziene Irakezen in de Abu Graib gevangenis. Beelden die leidden tot een keerpunt in de toen gevoerde oorlogen. In drie van de vier genoemde gevallen overigens tot een beëindiging van het Amerikaanse optreden; het vierde geval, dat leidde tot een Westerse militair interventie in de Bosnië-oorlog, bleek later gemanipuleerd te zijn of in ieder geval bleek de werkelijkheid niet in overeenstemming te zijn met de door het beeld gewekte suggestie. Dat noopt ook nu tot enige voorzichtigheid.

Een beeld doet echter meer dan duizend woorden. Waar de media de afgelopen maanden uitvoerig berichten over de door de chefstaf van het Amerikaanse leger beargumenteerde onmogelijkheid tot succesvol militair ingrijpen in Syrië, klinkt nu alom de oproep dat het er toch maar van moet komen. Waar geanalyseerd werd dat sinds het aantreden van John Kerry als Amerikaans minister van buitenlandse zaken, Amerika meer op de door Rusland bepleite lijn lijkt te zitten om het bloedvergieten in Syrië niet door militaire interventie maar door internationale onderhandelingen met alle betrokkenen te doen beëindigen, valt ogenblikkelijk weer het verwijt te horen dat Rusland niet bereid lijkt te zijn het bloedvergieten te stoppen en alle pogingen daartoe frustreert (waarbij dan ook weer voorbij wordt gegaan aan het feit dat zelfs als Rusland zijn verzet tegen en interventie zou staken, er volgens de Amerikaanse generaals geen militair scenario met gerede kans op succes voor handen is).


En waar met name de afgelopen maanden niet alleen de grote verdeeldheid binnen de Syrische oppositie in kaart werd gebracht, maar ook de dominantie van extremistische islamistische groeperingen daarbinnen, waardoor de regeringen van Frankrijk en Groot-Brittannië de door hen uit alle macht bevochten toestemming van de Europese Unie om wapens aan de gewapende oppositie te leveren toch maar geen invulling hebben gegeven, wordt de roep weer gehoord om de Syrische oppositie te bewapenen.

Hoe vreselijk de beelden van de gifgasslachtoffers ook zijn, en hoe graag we ook zouden willen weten wie hier voor verantwoordelijk is en dat deze partij haar straf niet mag ontlopen, de drie gesuggereerde reacties hebben alle drie iets gemeen. Een militaire interventie zonder uitzicht op succes, het blijven zwarte-pieten wie schuldig is aan de machteloosheid van de internationale gemeenschap en het leveren van wapens aan de Syrische oppositie zal het verdere bloedvergieten niet stoppen en zelfs eerder nog doen toenemen. De strijd wordt er eerder door verlengd dan verkort met een steeds reëler wordende dreiging van overslaan naar de buurlanden, met name Libanon en Irak die zichzelf net min of meer aan een langdurige en bloedige burgeroorlog hadden ontworsteld.

De enige weg om het geweld te laten stoppen, ook in het zicht van deze verschrikkelijke gifgasslachtoffers, is het geven van alle prioriteit aan het starten van een vredesconferentie met alle betrokken partijen binnen en buiten Syrië zonder andere voorwaarden vooraf dan een algemeen staakt-het-vuren en toegang voor hulpverleners tot alle burgerslachtoffers in Syrië. Dat is de kern van het zgn. 6-puntenplan waar Kofi Annan en Laktar Brahimi al twee jaar steun voor proberen te krijgen en die het steeds wordt onthouden omdat de diverse spelers in het conflict hun eigen belang laten prevaleren boven het belang van de Syrische burgerbevolking. Over een dergelijke vredesconferentie waren de VS en Rusland elkaar nu juist de afgelopen maanden een flink eind genaderd en voor a.s. woensdag 28 augustus stond weer een overleg tussen beide landen in Den Haag gepland. Een militaire aanval op Syrië zal deze vredesconferentie bepaald niet dichterbij brengen.

Laat die iconische beelden van de gifgasslachtoffers dan betekenen dat de slachtoffers onder de Syrische burgerbevolking nu eindelijke eens centraal komen te staan en niet ten prooi blijven vallen aan het politieke getouwtrek.

Ahmed Yilmaz en Jan Schaake


 

 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen