dinsdag 17 november 2015

De aanslagen in Parijs en de nieuwe ronde oorlogsverklaringen


Na de eerste rouwbetuigingen en de verslagenheid die volgde op de bloedige terreuracties in het Bataclan muziektheater, bij het Stade de France en een restaurant, is de reactie er opnieuw één van wraak, dus nog meer oorlog.
Net als met 9/11, toen niet de aanwijsbare verantwoordelijken werden aangesproken (in ieder geval Saoedi-Arabië en de Pakistaanse geheime dienst ISI), maar een algemene ‘oorlog tegen de terreur’ werd afgekondigd waarmee de Amerikaanse regering alle kanten op kon, hebben Hollande en diens premier Valls nóg eens de oorlog verklaard aan de ‘Islamitische Staat’. Ook premier Rutte heeft zich daarbij aangesloten. 


Na 14 jaar chaos in de wereld te hebben gebracht, is de ‘oorlog tegen de terreur’ daarmee in een hogere versnelling geschakeld. Daarbij lopen de verschillende oorlogen die eruit zijn voortgekomen, door elkaar heen. 


De Amerikanen hadden immers, na in Afghanistan het Taliban-regime te hebben verjaagd, de oorlog doorgetrokken naar een invasie van Irak. Dit ondanks de wereldopinie die in februari 2003 de grootste demonstraties uit de geschiedenis tégen zo’n oorlog op de been bracht; ondanks de weigering van Frankrijk, Rusland en China om een mandaat in de Veiligheidsraad af te geven; en niet in de laatste plaats, ondanks de herhaalde aanbiedingen van machthebber Saddam Hoessein om samen te werken tegen al-Qaeda. 

De invasie van Irak paste in een heel ander project, één dat in 1991 door Paul Wolfowitz was verwoord toen hij tegenover generaal Wesley Clark verklaarde dat de VS tien jaar de tijd zou hebben om onwelgevallige regimes die nog dateerden uit de Koude Oorlog op te ruimen. In Syrië zien we hoe de VS en de EU nog steeds bezig zijn, Assad te bestrijden en daartoe de opstand tegen zijn regime van het begin af hebben gesteund. Samen met Saoedi-Arabië (een samenwerking die dateert uit de tijd van de Afghaanse opstand tegen het pro-Sovjet-regime in Kaboel) en met het Turkije van Erdogan, dat zijn eigen oorlog tegen de Koerden voert.

Tenslotte is, eveneens vanaf 1991, een campagne gestart om Oost-Europa in de NAVO (en de EU) op te nemen, tégen Rusland. Vanaf 2000 heeft Moskou daar verzet tegen aangetekend. De oorlogen in Georgië in 2008 en Oekraïne in 2014-‘15, die mede door lichtvaardige beloftes over NAVO-lidmaatschap zijn veroorzaakt, maken duidelijk dat Rusland geen verdere uitbreiding aan zijn grenzen wil.

Toen Poetin als sterke man tegen de NAVO-opmars en tegen de uitverkoop van de Russische economie aan de macht kwam, waren er geruchten dat sommige van de bommen die er toen in Rusland ontploften, misschien wel door behulpzame geesten uit zijn eigen FSB waren geplaatst. Dat neemt echter niet weg dat Moskou in Tsjetsjenië met een werkelijke jihad wordt geconfronteerd, die is uitgewaaierd naar Dagestan en andere moslim-gebieden in Rusland en die ondanks de harde repressie niet onder controle kan worden gebracht.

Kortom, vanuit Russisch oogpunt is het bestrijden van de radicale islamistische groepen noodzakelijk, zowel in eigen land als in bv. Syrië (gelet op het grote aantal Tsjetsjenen en andere Russische moslims die daar vechten).

Aangezien er vanuit Westers oogpunt minstens drie oorlogen door elkaar lopen (tegen de terreur, tegen de ongehoorzame regimes, en een ‘koude’ tegen Rusland) is onze politiek volstrekt tegenstrijdig. Er komt steeds meer chaos en nergens is ook maar één succes behaald. Dat Tunesië zich als democratie kan handhaven is niet dankzij, maar óndanks ons—Sarkozy’s minister van binnenlandse zaken Alliot-Marie had dictator Ben Ali nog aangeboden, de Franse oproerpolitie te sturen om zijn gezag te herstellen.

De Russen daarentegen hebben weliswaar veel minder militaire mogelijkheden (ook door de slechte discipline in de strijdkrachten en de veiligheidsdiensten), maar dankzij een zeer bekwaam diplomatiek apparaat onder leiding van minister van buitenlandse zaken Lavrov kunnen zij een consistente positie blijven innemen. De bescherming van Russische belangen en van Russen die door de instorting van de multi-etnische USSR in andere staten zijn beland als minderheid, staat daarbij voorop.

Omdat de Westeuropese landen één voor één meegegaan zijn met de Amerikaanse oorlog tegen de terreur, tegen de seculiere regimes in het Midden-Oosten (Irak, Libië, Syrië), en tegen Rusland, krijgen wij nu te maken met de gevolgen van een tegenstrijdige politiek. Om Gaddafi ten val te brengen, werden tonnen wapens aan de de Libische jihadisten en andere milities geleverd; hetzelfde aan de Syrische opstand. Die sleept zich maar voort omdat wij tegen de jihadisten zijn maar ook tegen tegen de staat die zij bestrijden. Weliswaar durft het Westen geen luchtoorlog tegen de staat meer aan zoals in Libië, maar Saoedi-Arabië en Turkije aanpakken durven we ook weer niet. Stappen zetten om onze eigen moslimbevolking een stem te geven en te verhinderen dat hun kinderen afreizen naar Syrië, evenmin.

Nu honderdduizenden migranten het hele EU-apparaat dat is opgebouwd om asielzoekers op te vangen (de Dublin-verdragen) hebben doen bezwijken, bezwijkt ook de EU die nog altijd geen antwoord heeft op de voortdurende economische crisis behalve bezuinigingen—behalve op defensie.

Maar de oorlog die nu onze hoofdsteden heeft bereikt, zal daardoor niet worden tegengehouden. Alleen een consistente diplomatie gericht op wapenstilstand, vrede en wederopbouw in het Midden-Oosten en Noord-Afrika zal het tij kunnen keren.

Daarvoor zijn echter leiders nodig van een ander kaliber dan Hollande of Rutte.

Kees van der Pijl

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen