zondag 10 juli 2016

Goldman Sachs, de Brexit, en het gevaar van oorlog in Europa


Deze week is bekend geworden dat José Manuel Barroso, de voorzitter van de Europese Commissie van 2004 tot 2014, tot voorzitter van de Raad van Bestuur van de internationale zakenbank Goldman Sachs is benoemd. Dat maakt hem van iemand die het neoliberale programma uitvoert tot iemand die dat programma mag helpen opstellen. Het enige probleem is dat dat programma (privatisering, liberalisering, flexibilisering) op steeds meer tegenstand stuit, juist in Europa. 


Barroso's voorganger bij Goldman Sachs, Peter Sutherland, had in 2012 de EU nog opgeroepen om het voorbeeld van de VS, Australië en Groot Brittannië te volgen, de grenzen te openen en ‘zich in te spannen om de nationale homogeniteit te ondermijnen.’ Onder Barroso is dat een heel eind gelukt, maar uiteindelijk stukgelopen op het verzet van de bevolking. De Brexit is daarvan het bewijs. 



Barroso kwam tijdens zijn voorzitterschap al regelmatig in het nieuws door uitspraken zoals dat democratische organen vaak de verkeerde beslissingen nemen. Zelf gaf hij de voorkeur aan beslissingen via de achterdeur, zoals bijvoorbeeld het toelaten van genetisch gemanipuleerde aardappelen in de EU, een cruise op het jacht van de Griekse reder Latsis die vervolgens profiteerde van EU-toestemming voor staatssteun aan zijn rederij, en nog zo het een en ander.

De kern van de zaak is dat Barroso in de tien jaar dat hij voorzitter van de Commissie was, onvermoeibaar heeft gewerkt aan het uitvoeren van het programma waarvan zijn voorganger Sutherland in 2012 een belangrijk aspect formuleerde, nl. een open Europese arbeidsmarkt waarin de goedkope arbeid uit nieuw toegetreden landen vrij naar de landen kan verhuizen waar lonen en voorzieningen hoger liggen.

Sutherland, die behalve bij Goldman Sachs nog vele andere directeurschappen bekleedde, o.a. bij BP, deed zijn uitspraken tegenover een commissie van het Britse Hogerhuis en in een lezing voor de London School of Economics in 2012.

Hij waarschuwde dat de EU achterop raakte in de concurrentie met de Verenigde Staten en andere landen omdat er in de lidstaten nog steeds een te grote nationale homogeniteit bestond en de stap naar een multiculturele samenleving niet voortvarend genoeg werd gezet. Landen moeten geen migranten kiezen (bv. door op vakkennis te selecteren), want de migranten kiezen zèlf landen uit. En dat aldus Sutherland, is een fundamentele vrijheid die moet worden gerespecteerd.

Waarom gaat de Europese bevolking dan toch niet mee in die redenering?

De stelling is dat de EU het voorbeeld moet volgen van de VS, Australië en Nieuw-Zeeland, en Canada en in mindere mate Groot Brittannië zelf, landen die een soepeler arbeidsmarkt hebben omdat ze als immigratielanden minder homogeen zijn.

In dit opzicht is er echter één groot verschil tussen de genoemde landen en de EU.

Immers, zoals de Britse historicus Arnold Toynbee ooit betoogde in zijn beroemde Study of History, het bijzondere van de Engelssprekende wereld is dat de vestiging van migranten altijd samenging met etnische zuivering en genocide.

Dat de indianen van Noord-Amerika op massale schaal zijn uitgeroeid, net als de Aborigines van Australië en de Maori’s van Nieuw-Zeeland, is genoegzaam bekend. Op Tasmanië werden zelfs àlle Aborigines uitgemoord; in de andere genoemde landen en regio’s bleef een restbevolking achter in vaak meelijwekkende omstandigheden. Verpaupering, drank en drugs, geweld, het is allemaal uitvoerig gedocumenteerd, al doen sommige landen, zoals Canada, het beter dan andere.

Zelfs de vestiging van de Angelsaksen op de Britse eilanden ging gepaard met het verjagen van de in Engeland wonende Kelten naar Wales en de Schotse hooglanden, al is dat natuurlijk wel zo’n duizend jaar eerder dan het begin van de overzeese emigratie naar Noord-Amerika.

Als nu de vestiging van een immigrantenmaatschappij plaatsvindt op deze basis, dus van etnische zuivering en genocide, dan is de relatie tussen de verschillende groepen immigranten een andere dan wanneer één van de etnisch-culturele groepen in een samenleving zich beschouwt als de oorspronkelijke bevolking. En dat is in de EU-landen het geval.

Natuurlijk is het zo dat in de hele Engelssprekende wereld de ‘Blanke Angelsaksische Protestanten’ (WASPs) cultureel toonaangevend zijn. Maar in laatste instantie is er meer tolerantie ten aanzien van latere immigranten, bv. Italianen of Oosteuropese joden in de Verenigde Staten, omdat er altijd nog een sociaal lagere groep bestaat, in dit geval de indianen. In de VS is daar nog eens een tweede, door allen als ondergeschikt beschouwde bevolkingsgroep bijgekomen, de Afrikaanse slaven.

Wie de immigratiepolitiek van de Engelssprekende wereld wil overplanten naar de EU omwille van een soepele arbeidsmarkt doet er dus goed aan te beseffen dat er in Europa een autochtone bevolking bestaat die in Noord-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland grotendeels is uitgeroeid. Die preliminaire etnische zuivering houdt de animositeit tussen de verschillende nieuwe bevolkingsgroepen binnen de perken omdat ze tenslotte allemaal immigranten waren.

Nu is er bepaald geen reden om de autochtone bevolking in Europa (en de Engelsen beschouwen zich natuurlijk ook als zodanig omdat de verdrijving van de Kelten zo ver terug ligt) te idealiseren. Na de Brexit komen er uit Engeland berichten over een scherpe toename van openlijk racisme tegenover mensen die als niet-autochtoon worden waargenomen, tot aan fysieke agressie toe. Zeer betreurenswaardig, maar de schuld daarvoor moeten we leggen bij degenen die denken met de Europese bevolkingen te kunnen omspringen alsof het grotendeels uitgeroeide, weerloos gemaakte inboorlingen zijn.

Barroso was ooit maoïst, en in tegenstelling tot China, is dat in Europa een wezensvreemde ideologie die hier eenvoudigweg niet van toepassing is. Dat tòch willen doorzetten is een teken van ideologische bevlogenheid die hem als voorzitter van de Europese Commissie goed van pas kwam. Want het neoliberale evangelie van de markt is hier evenmin van toepassing, in Zuid-Europa nog minder dan in Groot Brittannië, Nederland of Duitsland.

Het heeft Europa in een crisis gestort die niet alleen heeft geleid tot de Brexit maar ook tot een volledig ondergschikt worden van continentaal Europa aan de Engelssprekende staten, die via de NAVO hun wil opleggen aan de EU.

In die zin is het neoliberalisme dat door de grote zakenbanken zoals Goldman Sachs wordt voorgestaan, een drijvende kracht achter het toenemende gevaar van een grote oorlog in Europa.

Kees van der Pijl

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen