dinsdag 24 februari 2015

Wordt MH17 ons 9/11? (5) Joost Niemöller over de ramp


Enkele maanden na het neerhalen van Malaysia Airlines vlucht 17 boven oost-Oekraïne op 17 juli vorig jaar publiceerde journalist Joost Niemöller zijn eerste bevindingen in een boek, ‘MH17—de Doofpotdeal’. Het is in oktober verschenen bij Van Praag in Amsterdam, met een voorwoord van oud-mariniersgeneraal K. Homan, en beslaat 193 pagina’s met een katern kleurenfoto’s die het boek een meerwaarde geven omdat de foto’s enkele belangrijke punten uit de tekst van bewijsmateriaal voorzien. Dit, uiteraard snel geschreven boek, is een prestatie die m.i. een belangrijke bijdrage levert aan een beoordeling van het drama.


Niemöller begint met een hoofdstuk waarin hij uiteenzet dat ‘Nederland’, dus onze regering, niet zo maar slachtoffer was op grond van het aantal omgekomen landgenoten, maar een bewuste keuze heeft gemaakt om niet met de ‘separatisten’ te onderhandelen. Daarmee werd toegang tot de wrakstukken bemoeilijkt, en het lot van het onderzoek in handen van Kiev gelegd—alle lijnen lopen daarheen; ‘of lopen ze eigenlijk naar Washington?’ vraagt Niemöller zich af (p. 13).

Immers, de Russische kant van het verhaal wordt in het Westen genegeerd, iets waarbij de schrijver het niet wil laten. Hij geeft in dit boek een proeve van onderzoeksjournalistiek die niet op van te voren ingenomen standpunten is gebaseerd maar die alle feiten en interpretaties waar hij de hand op heeft kunnen leggen, meeneemt. De schaliegasbelangen van grote Westerse bedrijven, ja directe betrokkenheid van familie van hoge Amerikaanse regeringsfunctionarissen, de stoute plannen om de NAVO uit te breiden met Oekraïne en Georgië, alles passeert de revue.

Heel belangrijk: het feit dat op het moment dat MH17 werd neergehaald, hadden Merkel en Poetin een omvattend akkoord bereikt (pp. 37-8).

Een boek als dit kan geen grote theoretische beschouwingen als uitgangspunt nemen. Toch levert Niemöller een nuttig raamwerk waarin we iets beter gaan begrijpen waarom er zo koppig aan bepaalde standpunten wordt vastgehouden (men denke bv. aan NRC of Volkskrant die nooit ook maar de mogelijkheid noemen dat de Oekraïense en/of Westerse partij in het conflict iets met het ongeluk te maken zou kunnen hebben gehad). Niemöller hanteert hiervoor het begrip ‘tunnelvisie’, het vasthouden aan bepaalde uitgangspunten of eerste indrukken, een mechanisme dat heel diep in de menselijke psyche ligt opgeslagen en dus makkelijk bespeeld kan worden (pp. 45-8). Timmermans’ speech in de VN, die alom de handen op elkaar bracht, hem ‘politicus van het jaar’ maakte, enz. enz. wordt door Niemöller teruggebracht tot zijn ware proporties als een staaltje demagogie dat de tunnelvisie nog eens scherp stelt.

Dat Niemöller het verhaal van de andere kant (de Russen in dit geval) even zorgvuldig analyseert als ‘onze’ positie, geeft het boek een grote waarde. Langzaam legt hij de puzzelstukjes (o.a. de inslagen van projectielen, wrakstukken en het patroon waarin ze verspreid zijn neergekomen) naast elkaar om uit te komen bij de mogelijkheid dat een Oekraïense straaljager middels boordkanon en/of -raket MH17 heeft neergehaald (overigens ook het officieuze standpunt van Maleisië) Zonder dat Niemöller zelf deze theorie noodzakelijk omhelst (de schrijver behoudt een prijzenswaardige afstand die het boek natuurlijk alleen maar ten goede komt), komen we dan bij de ondertitel: ‘de Doofpotdeal’.

Want Nederland en een aantal andere Westerse landen tekenden op 8 augustus 2014 een overeenkomst met Kiev dat bevindingen over de ramp alleen naar buiten zouden worden gebracht bij overeenstemming van alle partijen (p. 125). Daarbij raken de politieke belangen steeds verder verweven. Zo is Timmermans eerste vice-voorzitter van de Europese Commissie geworden, in een EU die voortgaat Rusland aan sancties te onderwerpen. Van de ‘leidende rol’ die Nederland in het onderzoek zou hebben, blijft dus steeds minder overeind (p. 134). Uitvoerig worden dan de procedurele constructies uiteengezet die bijna garanderen dat er geen sluitend resultaat uit de verschillende onderzoeken zal komen. ‘Het klinkt cynisch, maar het enige waar Nederland goed in bleek, was de rouwceremonie’ (p. 146). Sinds het verschijnen van het boek hebben we dat dan ook nog een paar keer overgedaan.

‘MH17—de Doofpotdeal’ is niet alleen belangrijk als documentatie over de ramp, het laat ook heel goed zien hoe ‘feiten’ nieuws worden. Anders dan de leek zou denken gaat dat immers niet door reportages ter plekke of bestudering van het (beeld- of ander) materiaal, vervolgens redaktie enz., maar via het steekspel van regeringsverklaringen over en weer. Dus een belangrijk gegeven als het feit dat het vliegtuig lager vloog dan eerst aangenomen werd, wordt pas nieuws anderhalve maand na het gebeurde, .n.a.v. een verklaring van de Nederlandse regering (p. 61). Het beeld dat de mensen voor ogen hebben is dan echter al zo stellig, dat deze technische details op de al (bewust of onderbewust) beantwoorde schuldvraag geen invloed meer hebben.

Voor eenieder die zich in de tragische geschiedenis van MH17 (en de achterliggende politiek van het Westen om Oekraïne uit de bufferzone met Rusland te breken) wil verdiepen, is dit boek een onmisbare eerste stap.

Kees van der Pijl

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen